Klik hier om naar het einde van deze pagina te gaan

Jan Mars
redactie, productie en bewerking
van teksten, woorden en taal




Afscheid

Hij verwachtte de boodschap, maar toch kwam het als een verrassing toen de notaris belde. 'Mevrouw uw moeder verzoekt mij u mee te delen dat de jonkheer hedenochtend is overleden.'
   Hij snoof schamper. Zijn ouders leefden in de veronderstelling dat pompeus taalgebruik het bewijs was van solide betrouwbaarheid, en ze hadden een notaris gevonden die in opgeblazenheid hun eigen pretenties nog naar de kroon stak.
   Blijkbaar had zijn moeder niet de moed gehad hem zelf te bellen. Hij vroeg zich af wat zij zou voelen, onderdrukte de gedachte dat zijn moeder vermoedelijk überhaupt geen gevoelens had. Hij kon zich niet herinneren dat hij haar ooit vrolijk had meegemaakt, dat ze gezellig met haar kinderen was omgegaan, enthousiast over iets had verteld. Toen hij als puber bij schoolvriendjes over de vloer kwam en daar volkomen andere ouders aantrof, had hij zich
afgevraagd hoe zijn moeder was geweest, in haar middelbareschooltijd, tijdens haar studie. Ze was jong wees geworden, had jaren onderdak gevonden bij een tante. Toen ze ging studeren, was ze daar weggegaan om er nooit meer terug te keren. In zijn verbeelding zag hij haar als student, als lid van het corps, natuurlijk, met feesten en mannen. Hij had het haar nooit durven vragen, maar hij wist met grote zekerheid dat zijn vader dat, voor zover het er geweest was, definitief had geamputeerd.
   Hun huwelijk was opzichtig hol en leeg geweest, zonder veel warmte en met een haast panische angst voor intimiteit en lichamelijkheid. De weinige naaste familieleden, twee broers en een zus van zijn vader, ontmoetten ze uitsluitend bij de jaarlijkse familiereünie, een restant uit een tijd dat de familie nog iets in de melk te brokkelen had, met landgoederen, pachters, rentmeesters en vermogensbeheerders. Zijn neven en nichten – hij zou ze ongetwijfeld bij de begrafenis ontmoeten, maar hij had er geen enkel beeld bij.
   Wat voelde hij zelf? Een vage opluchting, zeker. Een kindertijd vol kille vernederingen, een puberteit van spectaculaire mislukkingen, een beroepsleven van twaalf ambachten en dertien ongelukken – het was alsof hij achteraf had willen bevestigen dat de minachting die zijn vader had uitgestraald terecht was geweest. Dat hij intussen ondanks dat alles zijn plaats had gevonden, was zijn vader ontgaan. Hun moeizame verhouding was definitief stukgelopen toen hij thuiskwam met de dochter van een Spaanse 'gastarbeider', een term die zijn vader wist uit
te spreken of het een onsmakelijke ziekte was. Toen zijn ouders niet veel later aansluiting zochten bij een reactionaire orthodox-katholieke sekte, had hij zelf de knoop doorgehakt en ze formeel meegedeeld dat hun aanwezigheid in zijn leven niet langer op prijs gesteld werd. De neiging tot pompeusheid was kennelijk erfelijk, had hij bij die gelegenheid wrang geconstateerd.


oktober 2012





Klik hier om naar het begin van deze pagina te gaan.
Terug naar de beginpagina
Terug naar de besloten pagina